Sunday, October 30, 2011

Toranj, een hommage aan liefde

Waarom? Weet ik niet. Maar vandaag moest ik dit gedicht vertalen. Het voornemen tot vertaling dateert van jaren terug; toen ik verliefd werd op het controversiële album ‘Toranj’ van de Iraanse Bob Dylan: Mohsen Namjoo. Wanneer ik hem hoorde zingen, vloeiden de emoties door mijn lijf en overmeesterden de klanken mij om het keer op keer terug te beluisteren. Iedere keer ontdekte ik iets nieuws. 


Zijn scherpe, hoekige melodieën in combinatie met de fluweelzachte oud-Perzisch poëzie die smekend maar dan weer schreeuwend werden gezongen. Betoverend! ‘Ik moet dit liedje vertalen’, zei een stemmetje in mijn hoofd. Waarom? Weet ik niet.



[start van 2:15 min]


En vandaag gebeurde het. Erger nog, vandaag werd ik onbewust gedwongen om ervoor te gaan zitten. Dwang en vrijheid, ironisch genoeg zijn de twee drijfveren tot inspiratie en beweging. 


Het is vaak dat door de botsing van twee tegenstrijdigheden de mooiste creaties ontstaan. Onvoorstelbaar hoe bijvoorbeeld pijn en genot eenmaal in harmonie met elkaar zich kunnen ontwaken tot een ongeëvenaarde tedere bevrediging. Dat moet ook zo zijn in muziek, maak ik mezelf wijs.


De uitvoering van Toranj door Namjoo moet geïnspireerd zijn door een heftige vrijage. Het kan niet anders. Of een sensuele dans tussen een slaaf en zijn meesteres. De prachtige afstandelijke bloem en de dorstige wanhopige bij. Of misschien zelfs een gekreun van een kalm orgasme. 


Iedere klank een aanraking van een bekende met een onbekende. Iedere aanraking, een belofte tot een dieptepunt na een climax. En ieder dieptepunt een nederig verzoek, smekend tot een tweede kans. Tevergeefs.


Toranjh (cedrat), is een zeer geurige vrucht uit het Noorden van Iran dat wordt beschouwd als een hemels fruit

Ik voel de ontmoeting. En ik hoor het drama daarbij. De Perzische dichtkunst zit er vol van. Precies zoals het leven. Een leven zonder drama is immers een overleving. Koud en geurloos. Vol ruis, maar kleurloos.


Met zijn ‘Eeyyhhh…ahhh’ hoor ik Namjoo klagend krijsen van woede en toorn over zijn liefdesdrama. Of die van de verliefde, dorstige bij toen hij de prachtige bloem ‘Toranj’ ontmoette. En zijn afwijzing keer op keer moest doorstaan.


Met het woord Ashena’ii (ontmoeting) hoor ik hem bidden en huilen om een kans. ‘Beschouw mij niet als een vreemdeling, ik kom uit de stad van de genegenheid’, hoor ik hem zijn minnares, de bloem bezweren. Wat de bloem stiekem interesseert naar meer. Dat alles wazig en heimelijk en niet concreet wordt uitgesproken is immers ook een gegeven in de dichtkunst van de mystiek. In de Iraanse cultuur. Dat weet ik.


Wijsheid en kalmte volgen daarna. Dat is goed hoorbaar uit de stem van Namjoo en de scherpe klanken van de elektrische gitaar erdoorheen. Verlangend naar enig begrip en toegefelijkheid van de bloem, probeert de bij nu om rustig en doordacht met een nederig toenadering zijn minnares uit te nodigen voor een wijnfestijn. Maar afwijzing volgt. Dat wist de bij, bij voorbaat.


De climax van boosheid en wanhoop volgt met een klaagzang waarin de enige toverdrank voor de bij om zijn dorst te lessen is onderwerping aan de geurige lokken van de meesteres, de bloem.


En de samensmelting van de meesteres en haar dienaar volgt.


Achteraf gezien, wist ik heel goed waarom ik dit gedicht moest vertalen – maar dan pas toen ik het verwoordde tot dit stuk!

~ Hafez en Khaje Kermani 


Zij riep: `Ik ben Toranj, die niet behoort tot deze wereld`
Ik zei: `U bent beter dan Toranj, ver van bereikbaar.`

Zij riep: `Waar komt u vandaan dat u zo onrustig verschijnt?`
Ik zei: `Ik ben een vreemdeling, uit de stad van ontmoeting.` 

Zij riep: `wat speelt er in uw hoofd, dat u niet bij verstand bent?`
Ik zei: `Ik kom aan uw deuropening, nederig en smekend.`

Zij riep: `hoe ziet u mij voor zich, in deze verleiding?`
Ik zei: `Als een berg aan bloemen [minaar], in het wijnfestijn van verovering.` 

Ik zei: `Het bouquet van uw haar, verdwaalt mij in deze wereld.`
Zij riep: `Als u het wist, het is daardoor dat u geleid wordt.`

Ik zei: `Een teugje van uw lip, doodde mij al toen ik van droomde.`
Zij riep: `Word mijn dienaar, dan overmeester ik u met genade.`

Mohsen Namjoo ~ Toranj [mp3] [YouTube]

گفتا من آن ترنجم، کاندر جهان نگنجم
گفتم به از ترنجی، لیکن به دست نایی

گفتا تو از کجایی، کاشفته می‌نمایی
گفتم منم غریبی، از شهر آشنایی

گفتا سر چه داری، کز سر خبر نداری
گفتم بر آستانت، دارم سر گدایی

گفتا به دلربایی، ما را چگونه بینی
گفتم چو خرمنی گل، در بزم* دلربایی

گفتم که بوی زلفت، گمراه عالمم کرد
گفتا اگر بدانی، هم اوت رهبر آید

گفتم که نوش لعلت، ما را به آرزو کشت
گفتا تو بندگی کن، کو بنده‌پرور^ آید